to the content
Peperhuis
alle berichten

Snouck van Loosenhuis

Aan de Oude Haven van Enkhuizen ligt, schuin tegenover de Drommedaris (1540), het fraaie Snouck van Loosenhuis. Met zijn 18de eeuwse hoge, natuurstenen stoep, zijn gebeeldhouwde daklijsten en aangrenzende koepel onderscheidt de statige koopmanswoning zich sterk van de overige huizen en huisjes langs het water. Het huis werd in 1741 gebouwd voor Mr . Dirk Semeijn van Loosen en zijn echtgenote Maria Bontekoning. Een voornaam echtpaar: zij was een telg uit de familie van Amsterdamse houthandelaren, hij werd tijdens de bouw voor de achtste maal tot burgemeester gekozen en was onder meer bewindhebber van de VOC.

Maar de huidige Enkhuizenaars kennen het pand niet anders dan als bejaardentehuis. Sinds 1893 bood het plaats aan acht dames die hier hun laatste jaren sleten, uitkijkend over de binnenkomende – en uitvarende schepen. Het voldeed echter niet meer aan hedendaagse wooneisen en sinds 1998 staat het huis leeg.

Copyright: Thera Coppens www.theracoppens.nl

Interieur Snouck van Loosenhuis

Het interieur

Wie binnenkomt wordt direct overvallen door de schoonheid van de monumentale, met wit marmer beklede gang die zich naar achter toe versmalt, waardoor er een nog grotere dieptewerking ontstaat. Tegen het stucwerk plafond is een geblinddoekte putto te zien die met zijn weegschaal en zwaard op speelse wijze verraadt dat Dirk Semeijn ban Loosen rechten studeerde.

Tegen de muurvlakken symboliseren Neptunus, een stroomnymph, Mercurius en Minerva zeevaart, handel en nijjverheid waarmee de familie zijn rijkdommen vergaarde. Een viertal dubbele vleugeldeuren geeft toegang tot de woonvertrekken.

De rechterhelft van het woonhuis met zijn aangrenzende koepel dateert uit 1741-’42 en is uitgevoerd in de overgangsstijl Louis XIV en Louis XV stijl. De sfeer van de oude woonkamers wordt bepaald door de paarsrode wandbespanning van velours d’Utrecht die hier in 1742 werd aangebracht en vrijwel onbeschadigd de eenentwintigste eeuw heeft gehaald. Gelukkig hebben latere bewoners hier geen geld besteed aan moderniseringen en verbouwingen waardoor de rijk bewerkte porte-brisé tussen beide vertrekken onaangetast bleef. Wel werden in 1892 de plafondschilderingen uit hun medaillons gehaald om plaats te maken voor nieuwe werken door Pieter van Egmond en diens vriend Mathias Garms. In de achterkamer heeft de unieke schouw van zwart, gepolijst natuursteen met zijn witmarmeren ornamentiek wel iets van een adellijk grafmonument. Maar het houtsnijwerk daarboven heft de kille sfeer op; de z.g. boezem is overladen met zeegodjes, een waterspuwende dolfijn, adelaar, reiger en bloemen. De Haagse schilder Pieter Terwesten (1714-1798) schilderde het mythologische schoorsteenstuk.

De grootste verrassing van het huis bevindt zich in de paarsroodfluwelen wanden links en rechts van deze schouw. Daarin zijn twee halfronde buffetnissen gebouwd, versierd met rijke rococo-ornamenten. De planken waarop ooit het familieporselein- en glaswerk stond te pronken, zijn afgezet met originele, vergulde loden sierstrips.
Aan de overzijde van de gang betreden we de linkerhelft van het huis dat omstreeks 1790 werd aangebouwd en uitgevoerd in Louis XVI stijl. De wanden zijn bekleed met goudleerbehangsel uit 1742 dat zich oorspronkelijk in de tuinkamer van het achterhuis bevond. Ook de witmarmeren schouw met zijn schoorsteenstuk uit 1742 door Mattheus Terwesten (vader van Pieter Terwesten) werd – toen het achterhuis ten behoeve van het bejaardentehuis moest worden afgebroken – naar het voorhuis overgebracht. Door drie hoge schuiframen heeft men zicht op de Oude Haven.

Onder de bel-etage bevindt zich een ruim souterrain vanwaar een marmeren gangetje naar de unieke koepel leidt. Het elegante gebouwtje heeft een driezijdige erker aan de straatzijde. Je zou verwachten dat men hier in de pruikentijd theevisite ontving en een meerschuimen pijp rookte. Maar de bevallige koepel met zijn fraaie medaillons, antieke schouw en rococo wandbetimmeringen was in de achttiende eeuw in gebruik als havenkantoor. De schippers konden vanaf de kade de koepel via een speciaal poortje bereiken en zaken doen met reder Van Loosen. Ook de bekende slavenhalers Gebr. Haak hebben hier kantoor gehouden.

Een mooi betimmerd buffetkastje bevatte waarschijnlijk karaffen met sterke drank om na afloop van de handel het glas te heffen. In een aangrenzend betegelde kamertje was plaats voor het secreet, thans toilet.

Schilderij familie Snouck van Loosen

Familiehistorie

Mr. Dirk Semeijn van Loosen (1696-1757) en Maria Bontekoning kregen twee zonen, die echter jong stierven. Toen Dirk op 61-jarige leeftijd overleed bleef zijn weduwe tot haar dood in 1786 alleen het grote huis bewonen.
Neef Dirk Elias van Loosen (1738- 1812), zoon van Pieter Jansz van Loosen, erfde het pand aan de Oude Haven. Dirk was evenals zijn vader bewindhebber van de West-Indische Compagnie ( WIC). Ze hielden zich vooral bezig met het slaventransport van Fort Elmina aan de kust van west Afrika naar o.a. Suriname en Curacao. Dirks enig kind was een dochter Cornelia Petronella van Loosen (1772-1846). Ze trouwde in 1793 met Samuel Snoeck (1766-1839) een luitenant-ter-zee, die na zijn nieuw verworven status de naam Snouck (spreek uit Snoek) van Loosen kocht. Een deftig geheel waarmee de familie nog eeuwen goede sier had kunnen maken. Ook hij hield zich verder bezig met de slavenhandel in samenwerking met de Enkhuizer firma van de Gebroeders Haak. Uit zijn huwelijk werden zes dochters geboren, van wie drie ongehuwd in het ouderlijk huis achterbleven. Ze woonden er nog veertig jaar totdat de laatste Maria Margaretha in 1886 overleed. Ze nam de familienaam mee in het graf.

In al die jaren was er zuinig geleefd en niets aan het interieur veranderd. Wat er met Maria Margaretha’s vermogen moest gebeuren werd uitvoerig beschreven in haar testament en opende een nieuw Snouck van Loosen-tijdperk. Het begon met langdurige familieruzies over de nalatenschap en eigenlijk is er nog steeds geen duidelijkheid over de kwestie.
Allerlei fondsen voor goede doelen werden door haar ruim bedeeld. Maar haar naam leeft vooral voort in drie sociale projecten: de stichting van het Snouck van Loosen – tehuis voor bejaarde dames, de bouw van een ziekenhuis (thans een sociaal medisch centrum) en de realisatie van vijftig gezonde arbeiderswoningen in chaletstijl in het z.g. Snouck van Loosenpark, dat schuin tegenover het huidige NS station van Enkhuizen ligt. Daarmee was de sociaal bewogen Margaretha haar tijd vooruit – de woningwet zou pas in 1901 van kracht worden. Om haar woonprojecten te realiseren werd de jonge Amsterdamse architect C. B. Posthumus Meyers (1858-1922) ingeschakeld.

De architect liet het achterhuis van het Snouck van Loosenhuis afbreken om in de tuin plaats te maken voor een drie verdiepingen tellende huis in de toen zo modieuze neo-renaissance stijl. Daarin werden acht appartementen met zit- en slaapkamers voor de bejaarden opgenomen. Posthumus Meyers heeft het 18de eeuwse voorhuis bij de ingrijpende verbouwing zoveel mogelijk gespaard. Het enige dat in de monumentale gang nu nog aan de vroegere functie herinnert is een houten leuning, die langs de marmeren lambrizering van de trap naar de voordeur leidt. Tientallen oude handen vonden daarlangs de weg naar de Oude Haven. Nu wacht het Snouck van Loosenhuis ontdaan van al zijn vroegere functies op een nieuwe bestemming.

Video binnenkant Snouck van Loosenhuis

Ook leuk

Valentijn Carbo neemt je mee naar het Snouck van Loosenhuis, een prominent 18e-eeuws koopmanshuis huis tegenover de Drommedaris in de oude haven van Enkhuizen. De Enkhuizers kennen het pand als bejaardentehuis. Het pand bood tot eind vorige eeuw onderdak aan 6 welgestelde bejaarde dames.

Bekijk de video

alle berichten

Snouck van loosenhuis

On Enkhuizen’s Old Harbour, diagonally opposite the Drommedaris (1540), lies the handsome Snouck van Loosenhuis. With its 18th century high, natural stone sidewalk, its carved cornices and adjoining cupola, the stately merchant’s house stands out sharply from the other houses and cottages along the waterfront. The house was built in 1741 for Mr . Dirk Semeijn van Loosen and his wife Maria Bontekoning. A distinguished couple: she was a scion of the family of Amsterdam lumber merchants, he was elected mayor for the eighth time during construction and was, among other things, administrator of the VOC.

But today’s Enkhuizen residents don’t know the building other than as a retirement home. Since 1893 it housed eight ladies who spent their last years here, looking out over the incoming – and outgoing ships. It no longer met contemporary living requirements, however, and since 1998 the house has stood empty.

Copyright: Thera Coppens www.theracoppens.nl

The interior

Those who enter are immediately struck by the beauty of the monumental, white marble-clad hallway that narrows toward the back, creating an even greater sense of depth. A blindfolded putto can be seen against the stucco ceiling, playfully revealing with his scales and sword that Dirk Semeijn ban Loosen studied law.

Against the wall surfaces, Neptune, a current nymph, Mercury and Minerva symbolize seafaring, trade and industriousness by which the family amassed its wealth. Four double-leaf doors give access to the living quarters.

The right half of the residence with its adjoining cupola dates from 1741-’42 and is executed in the transitional Louis XIV and Louis XV style. The atmosphere of the old living rooms is determined by the purple-red wall covering of velours d’Utrecht that was installed here in 1742 and has made it to the twenty-first century almost undamaged. Fortunately, later residents here did not spend money on modernizations and renovations so that the richly decorated porte-brisé between the two rooms remained untouched. However, in 1892 the ceiling paintings were removed from their medallions to make way for new works by Pieter van Egmond and his friend Mathias Garms. In the back room, the unique fireplace of black, polished natural stone with its white marble ornamentation is reminiscent of a noble funerary monument. But the carvings above it lift the chilly atmosphere; the so-called bosom is overflowing with sea gods, a water-spouting dolphin, eagle, heron and flowers. The Hague painter Pieter Terwesten (1714-1798) painted the mythological chimney piece.

The house’s biggest surprise is in the purple-red velvet walls to the left and right of this fireplace. In them are built two semicircular buffet niches decorated with rich Rococo ornaments. The shelves that once displayed the family china and glassware are trimmed with original gilded lead trim.
Across the hallway, we enter the left half of the house that was built around 1790 and executed in Louis XVI style. The walls are covered with gold-leather wallpaper from 1742 that was originally located in the garden room of the back house. The white marble fireplace with its chimney piece from 1742 by Mattheus Terwesten (father of Pieter Terwesten) was also moved – when the back house had to be demolished for the retirement home – to the front house. Through three high sash windows one has a view of the Old Harbour.

Below the ground floor is a spacious basement from which a marble corridor leads to the unique dome. The elegant little building has a three-sided bay window on the street side. One would expect that people in the wig time received tea parties and smoked a meerschaum pipe here. But the graceful dome with its fine medallions, antique fireplace and rococo wall paneling was in use as a port office in the eighteenth century. From the quay, boaters could reach the dome through a special gate and do business with shipowner Van Loosen. The famous slave-stealers Gebr. Haak also held offices here.

A beautifully panelled sideboard probably contained decanters of spirits to raise a glass after business was completed. An adjoining tiled room housed the secretary, now a toilet.

Family history

Mr. Dirk Semeijn van Loosen (1696-1757) and Maria Bontekoning had two sons, who, however, died young. When Dirk died at the age of 61, his widow continued to occupy the large house alone until her death in 1786.
Cousin Dirk Elias van Loosen (1738- 1812), son of Pieter Jansz van Loosen, inherited the property on the Oude Haven. Like his father, Dirk was administrator of the West India Company ( WIC). They were mainly concerned with the transport of slaves from Fort Elmina on the coast of West Africa to places such as Suriname and Curacao. Dirk’s only child was a daughter Cornelia Petronella van Loosen (1772-1846). She married Samuel Snoeck (1766-1839) a lieutenant-ter-zee in 1793, who bought the name Snouck (pronounced Snoek) van Loosen after his newly acquired status. A distinguished entity with which the family could have made good cheer for centuries to come. He too further engaged in the slave trade in cooperation with the Enkhuizer firm of the Haak brothers. From his marriage six daughters were born, three of whom remained unmarried in the parental home. They lived there for another forty years until the last Maria Margaretha died in 1886. She took the family name with her into the grave.

In all those years it had been lived frugally and nothing had been changed to the interior. What was to be done with Maria Margaretha’s estate was detailed in her will and opened a new Snouck van Loosen era. It began with protracted family squabbles over the estate, and in fact there is still no clarity on the matter.
All kinds of charitable funds were generously endowed by her. But her name lives on mainly in three social projects: the foundation of the Snouck van Loosen – home for elderly ladies, the construction of a hospital (now a social medical center) and the realization of fifty healthy working-class houses in chalet style in the so-called Snouck van Loosenpark, which is located diagonally opposite the present railway station of Enkhuizen. In doing so, the socially-minded Margaret was ahead of her time – the Housing Act would not take effect until 1901. To realize her housing projects, the young Amsterdam architect C. B. Posthumus Meyers (1858-1922) was brought in.

The architect had the rear house of the Snouck van Loosenhuis demolished to make way in the garden for a three-story house in the then fashionable neo-Renaissance style. This included eight apartments with sitting rooms and bedrooms for the elderly. Posthumus Meyers spared the 18th-century front house as much as possible during the extensive renovation. The only thing in the monumental hallway that now recalls its former function is a wooden handrail that leads along the marble paneling of the staircase to the front door. Dozens of old hands found their way along it to the Old Port. Now the Snouck van Loosen House, stripped of all its former functions, awaits a new use.

Also fun

Also read the article “Luxury 18th-century family home becomes nursing home” from the Inside Out program.